"POPPETJES"
Psalm 17 - 8:
"Bewaar mij als de appel van het oog, berg mij, in de schaduw van uw vleugelen"
Deze 'hulpkreet' komt uit de mond van David als hij onschuldig vervolgd wordt.
Als God mij maar beschermt zoals: ?.Zijn 'pupillen'?Want dat is wat 'oogappel' eigenlijk betekent: pupil! Het meest tere deel van je lichaam. Als er maar een enkel stofje in je oog komt, knijp je 'm meteen dicht, ga je tranen, je draait je hoofd weg, je bent ontregeld. Je ogen zijn zo kwetsbaar, dat er een heel mechaniekje van traanvocht, wimpers, wenkbrauwen en oogleden is ontworpen om ze te onderhouden. Een zeer teder mechaniekje, om dat te verzorgen wat je het meest intiem is, waar je het aller-zuinigst op bent.
Zo bewaart God ons. Zoals oogleden zacht de oogbol strelen, zoals de wimpers de stofjes weghouden, zoals je schedel en je armen een zwiepende tak afhouden. Er is Hem alles aan gelegen 'Zijn ogen' intact te houden, ja meer nog, ze zorgvuldig en teder te verzorgen. Net zo teder als een vogel haar kuikens onder de vleugels stopt. Een stukje verder op in de bijbel zegt God: 'Wie aan Mijn volk komt, komt aan Mijn oogappel!' (in Zacharia 2:12).Je kunt God niet dieper kwetsen dan door een mens te kwetsen. Wij zijn Gods kwetsbaarheid. Wat je aan een mens doet, doe je aan God. (staat ook in de Bijbel in Matteus 25:40).
Misschien mag je nog verder gaan en stellen dat wij Gods ogen zijn. Hij kijkt door onze ogen. Hij ziet wat wij zien, leeft Zich volledig in. En later werd dat nog intenser, in Jezus werd Hij Zelf ons oog.
Toch is de vertaling 'pupil' nog kaal. Letterlijk staat er 'het mannetje van het oog'. Dat doet aan iets heel anders denken. Je was jong en keek in iemands ogen, van je vader, je moeder, een speelvriendje en wat zag je daar: poppetjes! Twee piepkleine, identieke poppetjes, glimmend in de zwarte rondjes. En je keek beter, en je zag dat?.jij dat was, jij was het poppetje dat daar met een verbaasde blik in die ogen woonde.
Toen knipperde je vader en de poppetjes waren een ogenblik verdwenen?.'houd je ogen open pap!' vroeg je, 'die poppetjes mogen niet verdwijnen - ik mag niet verdwijnen - kijk me aan, blijf me aankijken.'
Jij bent de poppetjes in Gods ogen. Hij is dicht bij je en kijkt je aan, blijft je teder en zorgvuldig aankijken, en je ziet jezelf, je ziet jezelf staan omdat God van je houdt, en Hij nooit zal knipperen.
Dit prachtige verhaal nam ik over, (een heel klein beetje aangepast) met toestemming van de schrijver: Reinier Sonneveld, uit zijn boek: Jutten (over de verrassingen van God)
Isbn: 978 90 5881 199 8