nederlands  engels  

Mefiboset


David en Mefiboset

 

2 Samuel 2:4

Jonatan, de zoon van Saul, had een zoon, die verlamd was aan zijn voeten. Vijf jaar was hij oud, toen de tijding over Saul en Jonatan uit Jizreël binnenkwam. Zijn voedster had hem toen opgenomen en was gevlucht, maar door haar haastige vlucht was hij gevallen en kreupel geworden. Hij heette Mefiboset.

 

 

2 Samuel 9

David zeide: Is er soms nog iemand over van het huis van Saul? Dan zal ik hem trouw bewijzen ter wille van Jonatan. Nu behoorde tot het huis van Saul een knecht, die Siba heette. Men riep hem bij David en de koning vroeg hem: Zijt gij Siba? Hij antwoordde: Uw dienaar. Daarop zeide de koning: Is er soms nog iemand over van het huis van Saul? Dan wil ik hem de goedgunstigheid Gods bewijzen. Toen sprak Siba tot de koning: Er is nog een zoon van Jonatan, die verlamd is aan beide voeten. De koning vroeg: Waar is hij? En Siba antwoordde de koning: Zie, hij is in het huis van Makir, de zoon van Ammiël, te Lo-Debar.

Daarop liet koning David hem halen uit het huis van Makir, de zoon van Ammiël, uit Lo-Debar. En Mefiboset, de zoon van Jonatan, de zoon van Saul, kwam bij David, wierp zich op zijn aangezicht en boog zich neer. David zeide: Mefiboset! En hij antwoordde: Hier is uw dienaar. Daarop sprak David tot hem: Vrees niet, want ik zal u voorzeker trouw bewijzen ter wille van uw vader Jonatan; ik zal u alle landerijen van uw vader Saul teruggeven, en gij zult geregeld aan mijn tafel eten. Toen boog hij zich neer en zeide: Wat is uw knecht, dat gij u bekommert om een dode hond, als ik ben? Daarna riep de koning Siba, de knecht van Saul, en zeide tot hem: Al wat aan Saul en aan diens gehele huis toebehoorde, geef ik aan de zoon van uw heer. 10 Gij moet voor hem het land bewerken, gij, uw zonen en uw knechten, en de oogst binnenhalen, opdat de zoon van uw heer te eten hebbe. Mefiboset, de zoon van uw heer, zal geregeld aan mijn tafel eten. Siba nu had vijftien zonen en twintig knechten. 11 Siba zeide tot de koning: Geheel zoals mijn heer de koning zijn knecht gebiedt, zal uw knecht doen. Dus at Mefiboset aan de tafel van David als een der zonen van de koning. 12 En Mefiboset had een jonge zoon, die Micha heette. Allen die in het huis van Siba woonden, waren knechten van Mefiboset. 13 Mefiboset woonde te Jeruzalem, want hij at geregeld aan de tafel des konings. Hij nu was verlamd aan beide voeten.

 

David en Jonatan waren dikke vrienden. Ze hadden ook een verbond gesloten.

Saul, de vader van Jonatan was jaloers geworden op David en wilde hem doden. David moest dus vluchten en de twee vrienden werden van elkaar gescheiden.

Toch ontmoetten ze elkaar af en toe, kijk maar in de hoofdstukken 18-20 van 1 Samuel. Ze hielden echt heel veel van elkaar.

 

Die vriendschap is een voorafschaduwing van de dag waarop Jezus aan het kruis een verbond aanging met ons. Zoals David en Jonatan van elkaar gescheiden werden, zo zijn wij 'lichamelijk' gescheiden van Jezus. Wij zijn op de aarde en Hij in de hemel. Als we straks Jezus tegemoet gaan in de lucht zullen we misschien ook overmand worden door emoties en huilen van blijdschap als we Hem zien en oog in oog met Hem staan in de hemel. Volgens de Bijbel zou dat heel goed kunnen, want er staat dat Hij al onze tranen zal afwissen.

Het verbond tussen David en Jonatan was voor altijd en gold ook voor toekomstige generaties.

Jonatan had één zoon: Mefiboset.

Het verbond tussen David en Jonatan ging dus na zijn dood, rechtmatig over op Jonatan's zoon: Mefiboset.

 

Nadat Saul en Jonatan en al zijn broers gedood waren in de strijd was David koning geworden. Maar zijn liefde voor Jonatan en het verbond met hem was hij niet vergeten. Daarom nam David het initiatief en ging op zoek of er nog iemand uit de familie van Saul/ Jonatan was overgebleven. (2 Sam. 9:1).

 

Een voormalig bediende in het huis van Saul vertelt David dat er nog iemand is: de zoon van Jonatan die Mefiboset heet die niet kon lopen maar verlamd was aan beide voeten.

 

In 2 Sam. 4:4 lezen we hoe dat gekomen is. Mefiboset was nog maar een klein jongetje die opgevoed  werd door een verzorgster, toen het gerucht bekend werd dat Saul en zijn zoons gestorven waren in een oorlog tegen David. De verzorgster geloofde de leugens van Saul dat David de veroorzaker was van alle problemen en ze was bang dat Mefiboset ook gedood zou worden door David. Ze wilde vluchten, maar in haar haast struikelde ze en viel waardoor Mefiboset verlamd raakte.

 

De naam Mefiboset betekent: 'schaamtevol ding'. En dat was hij ook geworden nadat zijn verzorgster hem had laten vallen in hun vlucht voor David. Sinds die tijd woonde hij in Lo-Debar (betekent: droge plaats) in het huis van Makir een zakenman. Al die jaren had zijn verzorgster, die bij hem was blijven wonen hem steeds weer verteld waarom hij op deze manier moest leven: 'Je leeft in deze nare plaats vanwege David; je bent verlamd vanwege David. Het is Davids schuld.' En de jongen groeide op in angst en met haat voor David. Bovendien leefde hij in onwetendheid wat betreft het verbond dat tussen zijn vader Jonatan en David gesloten was.

 

Mefiboset is een voorafschaduwing van iemand in de wereld. De duivel heeft hem laten vallen en door die val werden zijn voeten verlamd, kon hij niet meer lopen. En al die tijd vertelde de duivel hem: 'Het is Gods schuld dat dit jou overkomt, Het is Gods schuld dat er niets van de grond komt. Het is Gods schuld dat je nooit iets goeds gedaan hebt. Het is Gods schuld dat je familie uit elkaar valt. Het is Gods schuld dat de economie zo slecht gaat. De oorlogen en geruchten  van oorlogen zijn allemaal Gods schuld.'

Jammer genoeg gelooft de mens in de wereld dat, hij weet zelfs niet eens van een verbond dat gesloten werd vóór hij geboren was.

 

Klinkt dit je bekend in de oren?

Jij wist jarenlang ook niet wat God al gedaan had. Jij gaf ook God de schuld van de situatie waarin je zat, jij dacht ook dat het door God kwam, dat Hij erachter zat. Jij leefde ook in een 'droge plaats'?.

 

Gelukkig leefde Mefiboset net als jij, niet voor altijd in onwetendheid. Daarop liet koning David hem halen uit het huis van Makir, de zoon van Ammiël, uit Lo-Debar.

 

Een opvallend, belangrijk feit is dat David het initiatief nam, het was zijn plan, niet dat van Mefiboset, en hij 'haalde' Mefiboset. Ook onwetende zondaars nemen geen initiatief. Gelukkig dat Jezus het initiatief nam en jou en mij 'haalde' , en ons naar Zijn Koninkrijk leidde.

 

En Mefiboset, de zoon van Jonatan, de zoon van Saul, kwam bij David, wierp zich op zijn aangezicht en boog zich neer. David zeide: Mefiboset!

Valt het je op dat David hem bij zijn naam kende? Net zoals Jezus jou bij je naam kent.

 

Het verhaal vertelt ons dan wat David voor Mefiboset deed en waarom: Daarop sprak David tot hem: Vrees niet, want ik zal u voorzeker trouw bewijzen ter wille van uw vader Jonatan; ik zal u alle landerijen van uw vader Saul teruggeven, en gij zult geregeld aan mijn tafel eten.

 

Zoals je ziet eert David het verbond dat was gesloten tussen zijn vader Jonatan en hemzelf. Hij weet dat hij er niks voor terug zal ontvangen van Mefiboset. De jongen is arm en heeft altijd in een hutje in de woestijn geleefd. Hij heeft de koning niks te bieden; hij zou zelfs geen goede bediende kunnen worden, omdat hij verlamd is en niet kan lopen.

 

Mefiboset is net als wij toen we tot Jezus kwamen! Wat hadden wij Hem te bieden? Niets! Al onze eigen rechtvaardigheid stelt niet zoveel voor.

 

David laat Mefiboset halen en zegt tegen hem dat hij hem alles terug zal geven wat zijn vader ooit heeft verloren. Dat is hetzelfde als dat Jezus tegen jou zegt dat Hij je alles terug zal geven wat jouw vader Adam heeft verloren. Net als Mefiboset zijn wij gevallen en verlamd geworden. Vanaf die tijd heeft satan de grote 'zakenman' ons misleid en hebben we God de schuld gegeven van onze 'verlamde voeten'.

 

Was je ook zo verbaasd toen je er op een dag achter kwam dat God een goede God is?

 

Wat denk je, wat zou Mefiboset gedacht hebben toen hij daar geknield voor David lag, zijn mond zal wel opengevallen zijn van verbazing. Hij zal wel gedacht hebben: 'Dit kàn niet, alles wat ik ooit over je gehoord heb was hoe slecht je was David, en hoe je iedereen vermoordde en hoe je op zoek was naar mij'. Hij werd overweldigd door de vrijgevigheid van David toen die hem alles aanbood wat van hem was.

 

Mefiboset snapt er helemaal niks van en vraagt: 'Waarom bekommert u zich om 'dode hond' zoals ik ben'?

 

Gelijk daarna riep de koning Siba, de dienaar van Saul.' Met andere woorden, David negeert totaal wat Mefiboset zegt. Het geeft niks dat we ons realiseren dat we zonder God helemaal niks voorstellen. Toch is het niet de bedoeling dat we ons steeds maar blijven verontschuldigen tegenover God dat we helemaal niks waard zijn, dat we maar een 'wormpje' zijn en Gods zegeningen niet waardig zijn.

God is het daar niet mee eens, en Hij wil dat niet horen. Oké, het was zo dat je niks was vóór je God leerde kennen, maar vanaf het moment dat je door de Deur Zijn Koninkrijk inkwam, ben je Zijn rechtvaardigheid geworden in Christus!

 

David zei toen tegen Siba: 'Alles wat van Saul was en aan hem toebehoorde, geef ik aan de zoon van uw heer. Jij en je zonen en knechten moeten het land voor hem bewerken'.

 

David gaf dus niet alleen al het land wat Saul verloor terug, maar hij zei ook tegen Mefiboset dat hij er zelfs niet voor hoefde te werken, dat zouden de bedienden doen.  De bedienden die Mefiboset had waren eerst van Saul geweest, maar nu onder gezag van David gekomen. David gaf ze weer terug aan Mefiboset. Hij gaf hem al het land en de bedienden zodat Mefiboset in het huis kon blijven en het goede van het land zou kunnen eten. Alles wat Mefiboset moest doen was een goede beheerder zijn over de opbrengst van het land.  

 

Toen jij en ik de Here Jezus aannamen, gaf Hij ons de heerschappij over de aarde terug en al de overvloed die daarbij hoort. Wat verloren was door Adam, werd aan ons teruggegeven. En het mooie is dat Hij ons ook al Zijn dienaren ter beschikking stelt om voor ons te werken en ons het goede te brengen. Geen slechte deal toch? Hebr. 1: 14 zegt: 'Zijn zij (engelen) niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die het heil zullen beërven'? Toen wij Jezus aannamen werden engelen onze beschermers en dienaren. We mogen engelen en dienaren 'het land' op sturen om de dingen op Gods bevel te doen. En dan zo, wordt duidelijk uit deze tekst, zullen ze de oogst binnenhalen.

 

Gij moet voor hem het land bewerken, gij, uw zonen en uw knechten, en de oogst binnenhalen, opdat de zoon van uw heer te eten hebbe. Mefiboset, de zoon van uw heer, zal geregeld aan mijn tafel eten. Siba nu had vijftien zonen en twintig knechten.

 

Mefiboset bezat nu 36 knechten om voor hem te werken en de oogst binnen te halen terwijl hij daar zat en voortdurend aan Davids tafel at.

 

Siba zeide tot de koning: Geheel zoals mijn heer de koning zijn knecht gebiedt, zal uw knecht doen. Dus at Mefiboset aan de tafel van David als één der zonen van de koning.

 

Het was nodig dat David het heel duidelijk uitlegde aan Siba, en dat Siba het heel duidelijk uitlegde aan de andere knechten, dat Mefiboset behandeld zou moeten worden als een koningszoon. Anders zouden de knechten misschien kunnen gaan neerkijken op hem en hem blijven zien als de arme, verlamde opschepper die uit de woestijn was gehaald.

 

Vanwege onze positie in Christus zijn engelen niet boven ons gesteld. We zijn kinderen in het huis van God. Engelen zijn dienaren. Ze mogen dan groter zijn dan wij. Ze mogen al flink wat langer bestaan dan wij, maar wij hebben speciale privileges in het huis van God. Er komt een dag dat wij Jezus in de lucht zullen ontmoeten en aan de bruiloftstafel van het Lam zullen aanzitten. Wie denk je zal daar het eten opdienen? De engelen zullen ons dienen. Bovendien zitten we vlak naast de Zoon.

 

 

En Mefiboset had een jonge zoon, die Micha heette. Allen die in het huis van Siba woonden, waren knechten van Mefiboset. 13 Mefiboset woonde te Jeruzalem, want hij at geregeld aan de tafel des konings. Hij nu was verlamd aan beide voeten.

 

Als we het verhaal van Mefiboset lezen valt op dat in het begin zowel als aan het eind speciaal genoemd wordt dat hij verlamd was, dat hij niet kon lopen.  Dat heeft niks te maken met goddelijke genezing oid. Het wordt simpelweg genoemd omdat het niet zijn 'eigen lopen' was wat hem in het paleis bracht. Hij werd in het paleis gebracht, gehaald door David, vanwege het verbond dat was gesloten tussen David en Jonatan.

 

Net zoals Mefiboset is gestruikeld, zo zijn wij allemaal gestruikeld en gevallen. Toch, ondanks onze val is er een plaats voor ons gereserveerd aan Gods tafel.

Is het je wel eens opgevallen dat wanneer je aan tafel zit dat je je voeten niet kunt zien?

De tafel van God verbergt al je fouten en mislukkingen. Het bloed van Jezus Christus, Gods zoon, heeft al je zonden afgewassen. Sommigen van jullie hebben misschien wel een dag of twee dagen geen contact gehad met God. Misschien een maand, een jaar niet tegen Hem gesproken. En omdat je bent gestruikeld en gevallen ben je nu aan het luisteren naar de duivel die je misleid en voorliegt en zegt: 'Je bent niet goed genoeg. Het verbond geldt niet meer voor jou'. Op die manier heeft ie je weer teruggebracht op de 'droge plaats' waar je vandaan gehaald was.  

Ik wil je vertellen dat de tafel nog steeds voor je gedekt is. Alles wat je moet doen is je 'omdraaien' en binnen wandelen door de Deur. Dan kun je weer aan tafel gaan en naast Jezus gaan zitten omdat het niet joùw goede werken waren die je binnen brachten en het ook niet joùw goede werken zijn die je binnen houden.

We werden binnengehaald, alleen dankzij het verbond van de Here Jezus.

 

Hebreeën 6:17 zegt dat God zo graag aan Zijn kinderen, de erfgenamen van Zijn belofte,  wilde laten zien dat Hij standvastig en onveranderlijk is, dat Hij Zich onder ede verbond. Een eed is een overeenkomst, een verbond. God wilde zo graag een verbond met jou, Hij wilde zo graag laten zien hoe onveranderlijk Hij was, hoezeer te vertrouwen, dat zwoer bij Zichzelf (er was niemand hoger dan Hij Zelf).

 

Het 18e vers gaat verder met, 'Door twee onveranderlijke dingen..' God is onveranderlijk. Hij kan niet veranderen. God wilde een verbond met jou aangaan, maar dat kon niet. God moest Iemand vinden die 'niet verlamd' was, 'niet gevallen'?Daarom sloot God de Vader een verbond met de Heer Jezus Christus. Zij zijn beiden onveranderlijk. Net als Mefiboset kwamen we zomaar in een verbond terecht wat niet verbroken kan worden of veranderd.

 

Jezus biedt ons nu het volmaakte verbond aan en zegt: 'Kom, zelfs als je het verknald hebt, of als je keer op keer faalt, je kunt het niet breken. Je komt er niet in omdat jij zulke 'goede voeten' hebt, je blijft er niet in omdat jij zulke 'goede voeten' hebt, je kunt er helemaal niet zèlf inlopen, maar Ik wel! Ik heb het al gedaan! Kom"!!

 

De God nu van de vrede, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden, volmaakt u in alle goed werk, zodat u Zijn wil kunt doen. Mag hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.

(Hebr. 13:20, 21)

 

 

 

 
 


reageren reageren | tell a friend tell a friend | printen printen

Zoeken