Wat gebeurt er als een Christen zijn zonden niet belijdt? 1 Johannes 1:9Dit is het enige vers in het Nieuwe Testament wat zegt dat we onze zonden moeten belijden om vergeving te ontvangen. Paulus schreef 14 boeken van het Nieuwe Testament en ontving van God het verbond van Genade uit de eerste hand door face to face ontmoetingen met de Here Jezus Zelf en hij noemt nergens anders in één van zijn boeken het belijden van zonden door de gelovige. De enige keer dat Paulus ?belijden? gebruikt betreft eeuwige redding, en staat in Romeinen 10:9, ?
Want als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden?. Deze belijdenis heeft duidelijk te maken met ?eeuwige redding? en niet het steeds opnieuw zonden belijden die we gedaan hebben.
De manier waarop Johannes het hier gebruikt kan niet gezien worden als een soort van fundamenteel uitgangspunt waarop gelovigen met zonden om zouden moeten gaan. Als dat zo zou zijn, dan zouden we verantwoordelijk gehouden worden voor AL onze zonden, elk moment van de dag. Dit zou het vonnis voor de zonden, wat op Jezus kwam, weer van Hem afhalen en het op de gelovige leggen. Deze last zou zwaarder zijn dan iemand van ons ook maar kan dragen.
Denk jij dat je je al je fouten kunt herinneren? En als je dat kunt dan moet je ze ook echt letterlijk ALLEMAAL herinneren. Je kunt er geen één overslaan. Je zou niet alleen de zonden die je begaan had moeten belijden, maar je zou ook vergeving moeten vragen voor die zonden die je begaan hebt maar waarvan je niet weet dat je ze deed. Je zou ook verantwoordelijk gehouden worden voor zonden van ?nalatigheid?: de dingen die je zou hebben moeten doen, maar die je niet deed. Onmogelijk!
Je kunt in de context van dit hoofdstuk 1 lezen dat het eigenlijk geschreven werd aan de ?zondaar?, de ongelovige. In vers 3 schrijft Johannes: ?
Opdat ook gij gemeenschap met ons zou hebben met ons?. En in vers 8 zegt hij tegen diezelfde ongelovigen dat als ze ontkennen dat ze gezondigd hebben, dat ze zichzelf misleid hebben en dat ze hun zonden moeten belijden en vergeving moeten vragen.
Als Johannes wil laten zien hoe de ?gelovige? met zonden om moet gaan, dan zegt hij: ?
Mijn kinderkens? (1 Joh. 2:1), een term die hij nooit gebruikt in hoofdstuk 1 als hij tegen mensen die verloren gaan spreekt.
Kijk eens wat Johannes tegen de gelovigen zegt: ?
Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld?. (1 Joh. 2:1, 2). Hier heeft Johannes het niet over zonden belijden; alleen dat we onthouden dat Jezus onze ?zaakwaarnemer? is in de Hemelse Rechtbank. Hij is de ?verzoening? of ?bevrediging? voor al onze zonden. God kan niet boos zijn op zonde, want Hij is tevredengesteld door het offer van Jezus.
Door ons te laten weten dat al onze zonden vergeven zijn, rust Johannes ons toe om ?niet te zondigen?. Alleen degene die weet dat zijn zonden vergeven zijn kan de vrede en vreugde ervaren van het ?vrij zijn? van deze wereld van zonde. Zonde komt via een natuurlijke weg tot ons, omdat we het ons hele leven gedaan hebben. Zelfs wanneer we vrij zijn van die oude natuur die we hadden, kunnen we nog steeds uit gewoonte te zondigen, zoals we onze veters strikken zonder er bij na te denken. De wetenschap dat we
volmaakt schoongewassen en vergeven zijn is nou net het punt dat satan wil dat we ontkennen.
Omarm deze kennis en je zult zonde uit je leven zien verdwijnen! Als Paulus bedoeld had dat de gelovige zijn zonden moest belijden vóór ze vergeven konden worden, dan zou het toch op z?n minst een goed idee geweest zijn van hem om ons minimaal in één van zijn 14 boeken eraan te herinneren. Hij heeft te maken met Christenen die dronken worden van avondmaals wijn, incest plegen, elkaar aanklagen en met prostituees slapen (alleen al in 1 Cor. !) en toch zegt hij tegen geen van hen dat ze ?hun zonden moeten belijden?. Hij herinnert hen er eenvoudigweg aan ?wie ze zijn in Christus? en zegt hen ?wakker te worden voor dit feit?.
Johannes vertelt ons van een gepassioneerde relatie wanneer we onze fouten aan Jezus belijden. I vergeef mijn kind alles wat hij ook maar fout gedaan heeft, zelfs als hij mij er nooit om vraagt. Ik doe dat omdat hij ?deel van mij? is, en ik onvoorwaardelijk van hem houd. Alleen, ik vind het fijn als hij zegt: ?Het spijt me?, want dat geeft mij een mogelijkheid hem te overweldigen met mijn liefde. Mijn vergeving is niet afhankelijk van zijn belijdenis, maar de knuffel die hij dan ontvangt is zoveel mooier en fijner.
Als je een fout maakt, als je zonde doet, kun je het zeggen tegen je hemelse Vader. Doe het niet omdat je denkt dat Hij je anders niet zal vergeven of je naar de hel zal sturen, maar liever omdat je weet dat Hij Zijn overweldigende liefde over je uit zal storten, en dat is een geweldig gevoel!
Paul White Ministries