Toen Jezus de schare zag, kreeg Hij medelijden en Hij onderwees hen en genas hun zieken. En grote massa's mensen kwamen naar Hem toe; ze brachten niet hun kapotte stoelen en tafels mee voor de timmerman om ze te repareren, maar ze namen de lammen, de misvormden, de blinden en de (doof)stommen en nog heel veel anderen met zich mee, en legden ze aan Zijn voeten, en Hij genas hen. Toen riep Jezus Zijn discipelen en zei tegen hen: 'Ik heb medelijden met deze mensen, want ze zijn nu drie dagen bij Mij en ze hebben niets te eten; en Ik wil ze niet wegsturen met een lege maag, ze zouden onderweg bezwijken. Maar de discipelen zeiden: 'Waar kunnen we genoeg brood vinden in de woestijn om zo een groot aantal mensen te voeden'? een redelijk begrijpelijk antwoord zou je zo zeggen, maar Jezus stond op het punt om aan hen duidelijk te maken dat er een manier van voorziening en bovennatuurlijke bevoorrading is, dichter bij ons dan de dichtstbijzijnde supermarkt. "Geef hen wat je hebt" zei hij.
In Hem hebben we toegang tot een dimensie ver voorbij ons budget, oneindig veel meer, dan wij kunnen vragen of zelfs kunnen voortellen!
Matt. 14:14-21, 15:30-38 en Efeze 3:20.
Francois du Toit