Lucifer, Satan, God, Jezus en de mens
Stel je voor: een drukke, grote bank, klanten lopen in en uit en worden geholpen door een aantal medewerkers achter een hele rij loketten.
Tussen al die drukte lopen ook een aantal beveiligingsmensen rond. Ze zijn uitstekend opgeleid en bewapend. Toch lukt het één overvaller, met een klein pistooltje 'sterker' te zijn dan een heel team beveiligingsambtenaren die goed bewapend zijn.
Hoe doet hij dat?
Hij doet dat door een gijzelaar te nemen, zijn pistool dreigend tegen het hoofd van een onschuldige, net binnenkomende jonge vrouw geduwd. Zo lijkt het alsof die overvaller veel meer macht heeft, want de beveiligingsmensen achten het leven van deze vrouw meer waard dan al het geld in de bank, dus heeft de overvaller meer macht dan al die beveiligingsmensen.
Zo deed satan het ook bij God.
God plaatste Lucifer, een machtige engel, in het paradijs om Adam en Eva te dienen.
Toen Lucifer hoorde dat God de heerschappij over de aarde helemaal, en zonder beperkingen of voorwaarden aan de mens had gegeven, werd hij jaloers: hij wilde die macht. Hij moest er op één of andere manier voor zorgen dat hij die autoriteit te pakken kon krijgen, vandaar zijn sluwe plan: misleiding. Toen Eva naar hem luisterde en hem gehoorzaamde, werd zij 'onderworpen' aan hem, want wie je gehoorzaamd, diens slaaf ben je. Lucifer werd op dat moment satan en kreeg door het besluit van Eva de autoriteit, de macht die God aan de mens had gegeven. De macht die satan heeft is dus 'menselijke' autoriteit of kracht.
God kon niet op Zijn woord terugkomen, en de macht terugnemen. Hij had het immers onvoorwaardelijk gegeven, en God kan niet tegen Zijn eigen woord ingaan.
Satan vernietigen kon op dat moment ook niet, want tegelijk met satan had Hij dan de mens moeten vernietigen. De mens was immers vrijwillig onderworpen geworden aan satan.
Het voorbeeld van de overvaller in de bank. Het leek alsof satan heel veel macht had, maar het was de macht van de mens. God hield te veel van de mens om hem samen met satan te vernietigen.
Toen kwam Jezus. Door zijn offer kwam de macht, de autoriteit terug bij hem en Jezus delegeerde die macht weer naar zijn Lichaam op aarde. Dus wij hebben de autoriteit, de heerschappij weer teruggekregen, en dus ook de macht over satan. Satan kan eigenlijk alleen doen wat wij hem 'toestaan' te doen. Hij heeft altijd een mens nodig om zijn macht uit te oefenen. Hij is totaal overwonnen. Jezus heeft hem openlijk tentoongesteld en over hem getriomfeerd. (duimen eraf, grote tenen eraf, naakt! Dat deden ze vroeger met overwonnen vijanden, en dan de stad ermee rondrijden om te laten zien dat ze nooit meer een wapen vast konden houden en nooit meer weg zouden kunnen rennen).
Jezus heeft degene die de macht had over de dood, satan, onttroond. (Hebr. 2: 14)
De dood zelf zal aan het eind totaal vernietigd worden (1 Cor. 15:26)
Tot die tijd hebben wij er weer macht over!! (Matt. 10:8)